Kenmerken angststoornis

Er zijn vele soorten angststoornissen met verschillende bijbehorende kenmerken. Deze angststoornissen kunnen zich uiten in bijvoorbeeld lichamelijke klachten als trillen, buikpijn of hoofdpijn. Op cognitief gebied kunnen er zich ook klachten voordoen zoals gedachten over vervelende dingen of veel piekeren. Daarnaast kunnen er ook gedragsmatig veranderingen zichtbaar worden zoals:

  • -verstijven
  • -bevriezen
  • -huilen
  • -angstige situaties vermijden
  • -opstandigheid en vragen naar geruststelling

Hieronder staan de verschillende soorten angststoornissen met daarbij de bijbehorende kenmerken.

Gegeneraliseerde angststoornis

Kinderen met een gegeneraliseerde angststoornis piekeren overmatig. Zonder dat daarvoor een aanleiding lijkt te zijn, maken ze zich zorgen over wat er in de wereld gebeurt, over huiswerk en schoolprestaties, vrienden, ziektes of een mogelijke echtscheiding van hun ouders. Ze kunnen die angstige gedachten niet stoppen, slapen vaak slecht en vragen veel geruststelling van hun ouders of opvoeders.

Separatieangststoornis

Kinderen met een separatieangststoornis zijn bang zijn om mensen kwijt te raken, of om niet meer bij hun ouders te kunnen zijn. Vaak hebben ze last van heimwee en maken ze zich grote zorgen over de veiligheid en gezondheid van hun ouders. Kinderen met deze stoornis vermijden daarom situaties waarin zij van hun ouders gescheiden zijn. Ze gaan liever niet naar school of op schoolkamp en houden niet van logeerpartijtjes.

Sociale angststoornis

Kinderen met een sociale fobie, beter bekend als de sociale angststoornis, hebben een aanhoudende angst om tekort te schieten in sociale situaties. Zij krijgen bijvoorbeeld last van hartkloppingen, trillingen, zweten, blozen, diarree en soms van een paniekaanval, wanneer zij in contact zijn met anderen of tijdens een spreekbeurt. Kinderen met een sociale angststoornis vermijden daarom sociale situaties met leeftijdgenoten.

Paniekstoornis

Bij een paniekstoornis hebben kinderen regelmatig paniekaanvallen zonder duidelijk aanwijsbare oorzaak. Die aanvallen bestaan uit bijvoorbeeld een versnelde hartslag, zweten, duizeligheid, flauwvallen, misselijkheid en soms ook doodsangst. Deze aanvallen zijn vaak zo vervelend dat er een angst voor de aanvallen bijkomt. Regelmatig ontstaat daarbij ook een specifieke angst voor drukke situaties, de zogenaamde agorafobie of pleinvrees.

Lees ook over hyperventilatie

Agorafobie

Bij agorafobie hebben kinderen angst voor een bepaalde situatie. Hierbij kan gedacht worden aan vrees voor (openbaar) vervoer, openbare plekken, afgesloten ruimtes, in een rij staan of alleen zijn buitenshuis. Deze situaties worden door het kind bewust vermeden en komt vaker voor samen met een paniekstoornis.

Specifieke fobie

Kinderen met een specifieke fobie ervaren angst voor een bepaald voorwerp of een bepaalde situatie. Iemand met een fobie heeft een sterke neiging de prikkel die de angst veroorzaakt uit de weg te gaan. De verschillende soorten specifieke fobieën zijn globaal onder te verdelen in:

  • specifieke angst voor dieren
  • natuurverschijnselen zoals storm en overstroming
  • angst voor bloed
  • injecties of verwondingen
  • angst voor specifieke situaties zoals bijvoorbeeld onbekend gezelschap.

Selectief Mutisme

Kinderen met selectief mutisme spreken niet in sociale situaties, terwijl het kind in andere situaties wel spreekt. Het niet spreken kan niet worden toegeschreven aan een andere stoornis of aan gebrek aan kennis met de taal of vertrouwdheid met de taal. Het niet spreken heeft een negatieve invloed op school of in de sociale communicatie.

Posttraumatische stressstoornis

Kinderen kunnen na een zeer stressvolle gebeurtenis een posttraumatische stressstoornis (PTSS) ontwikkelen. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren na lichamelijk of seksueel misbruik, het slachtoffer of getuige zijn van geweld of het meemaken van een natuurramp of oorlogsgeweld. Jonge mensen met PTSS hebben overmatig last van herbeleving van de gebeurtenis en proberen vervolgens alles wat zij daarmee zouden kunnen associëren te vermijden.

Obsessief-compulsieve stoornis

Kinderen met een obsessief-compulsieve stoornis (OCS) zijn bang dat er iets ergs gebeurt als zij bepaalde dingen niet doen. Zij moeten bijvoorbeeld van zichzelf vijf keer het licht aan en uit doen, omdat ze denken dat er anders iets ergs zal gebeuren. Andere voorbeelden van dwangbehandelingen zijn veelvuldig tellen, haren uittrekken, verzameldrang, voorwerpen rangschikken en handen wassen.

Stoornis in de lichaamsbeleving/Body dismorphic disorder

Kinderen of jongeren met een stoornis in de lichaamsbeleving zijn dwangmatig bezig met onvolkomenheden in hun uiterlijk. De lichaamsdelen die zij lelijk vinden, worden door anderen niet zo gezien of worden door het kind groter gemaakt dan deze is. Hierbij kan het kind of de jongere obsessief bezig zijn met het uiterlijk. Hierbij kan je denken aan veelvuldig in de spiegel kijken, veel uiterlijke verzorging of uiterlijk vergelijken met anderen.

Lees hier meer over de oorzaken van angststoornis bij jongeren.

Online Aanmelden Kind & Jeugd
Zoek een praktijk
v
Toon praktijken
Verwijder selectie Uitgebreid zoeken