Schematherapie is een relatief nieuwe vorm van therapie en is specifiek ontwikkeld voor klachten en problemen die onvoldoende reageren op kortdurende vormen van cognitieve gedragstherapie. Het gaat dan vaak om hardnekkige angst- of stemmingsklachten en langdurige problemen in het persoonlijk functioneren. Als deze problemen zo ernstig zijn dat ze uw leven voor langere periodes op allerlei terreinen negatief beïnvloeden, spreken we (soms) van persoonlijkheidsstoornissen.
Uitgangspunt van de schematherapie is het idee dat iedereen overtuigingen (of schema’s) over zichzelf en andere mensen heeft ontwikkeld. Die schema’s bepalen vervolgens hoe we situaties benaderen en aanpakken. Deze schema’s kunnen positief of negatief zijn. Voorbeelden van negatieve schema’s zijn: “ik ben niet de moeite waard”, “iedereen laat me uiteindelijk in de steek” of “anderen maken misbruik van mij”. Negatieve schema’s zorgen voor vertekeningen in het denken. Ze beïnvloeden ons gedrag op een manier die voortdurend tot problemen leidt. Deze schema’s zijn vaak vroeg in het leven ontstaan en een soort tweede natuur geworden. Daarom leiden ze vaak tot langdurige problemen in het functioneren.
In een schematherapie onderzoekt u samen met de therapeut welke schema’s verband houden met uw problemen. U leert om de invloed van deze schema’s af te zwakken en gezondere schema’s op te bouwen. Deels wordt hierbij gebruikt gemaakt van standaardtechnieken uit de cognitieve gedragstherapie. Daarnaast is er echter veel meer aandacht voor ervaringen uit het verleden die geleid hebben tot de vorming van negatieve schema’s. Door deze ervaringen met een meer neutrale, volwassen bril te bekijken, leert u om langzaam afstand te nemen van de negatieve conclusies die u ooit over uzelf of anderen getrokken heeft. Er wordt veel aandacht besteed aan de manier waarop schema’s doorwerken in uw relaties en ook hoe ze in de therapie zelf tot uiting komen.
De effectiviteit van schematherapie is nog niet uitgebreid onderzocht. Uit recent Nederlands onderzoek blijkt deze therapie effectief te zijn voor mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis. Verder zijn er ook aanwijzigen dat de therapie behulpzaam kan zijn bij het veranderen van andere problemen in het functioneren, zoals een te afhankelijke opstelling in contacten of de neiging om contacten stelselmatig te vermijden uit angst voor afwijzing.
Doordat schematherapie zich richt op langdurige en hardnekkige problemen, duurt de therapie vaak langer dan een gewone cognitieve gedragstherapie.