We hebben allemaal invloed op elkaar, maar vaak hebben we dat niet door. Als we elkaar aanvoelen is er niets aan de hand. Ruzies kunnen makkelijk worden bijgelegd. Het is anders als we moeite hebben om elkaar te begrijpen. In gezinnen zie je vaak dat de kinderen vervelend of aandachtvragend gedrag gaan vertonen als de ouders problemen met elkaar hebben. De kinderen zijn dan een bliksemafleider van de spanningen tussen de ouders. Maar kinderen kunnen met elkaar ruzie krijgen. Jonge kinderen maken makkelijk ruzie om speelgoed dat van hen is met name als een ander kind er mee gaat spelen. Het kind verdedigt zijn territorium.
Zo open als kinderen voor hun belang opkomen zo onderhuids gaat dat meestal bij volwassenen. Hierbij spelen gezinsculturen en achtergrond een belangrijke rol. Als twee mensen met een verschillende achtergrond een relatie aangaan, kunnen deze verschillen plotseling aan het licht komen. Eerst is er onbegrip, later uitvluchten en ruzies om elkaar niet te hoeven ontmoeten, escapisme. Er ontstaat afstand, onbereikbaarheid en emotioneel isolement. En dat terwijl elk mens liefde nodig heeft.
De relatie- of gezinstherapeut zoekt in eerste instantie naar de negatieve patronen in de communicatie en de pijnpunten. Vervolgens wordt er gekeken naar successtrategieën uit het recente verleden. Wat heeft wel gewerkt en kan die opnieuw worden toe gepast of in een aangepaste vorm. Het gaat om het inzien dat negativiteit problemen opwerpt en in stand houdt en dat positiviteit leidt tot toenadering en het oplossen van problemen. Dat leidt tot ander gedrag.
Bij gezinstherapie is er ook nog extra aandacht voor het aanleren van opvoedingsvaardigheden. Kinderen moeten gehoord en gezien worden,maar ze moeten ook hun plaats weten. Dat evenwicht is vaak verstoord in gezinnen. Daarom krijgt ook dat aandacht.