Fasetherapie en differentiatietherapie

Fasetherapie en differentiatietherapie zijn behandelingen voor de gevolgen van hechtingsproblematiek bij kinderen en jongeren.

Als gevolg van hechtingsproblematiek kunnen kinderen en jongeren bijvoorbeeld moeilijk contact maken, geen onderscheid maken tussen vreemde mensen en de mensen die voor hen zorgen, onverschillig zijn, agressief, niet kunnen spelen, snel chaos om zich heen maken of geen ‘nabijheid’ aan kunnen (‘verstrakken’ bij aanraking). Ook liegen en stelen kunnen voorkomen.

Differentiatietherapie

Differentiatietherapie is een therapievorm voor kinderen met hechtingsproblemen en wordt uitgevoerd in de psychotherapiespeelkamer. In een gewone, gezonde ontwikkeling volgt na de hechtingsfase de differentiatie. Kinderen met een hechtingsprobleem hebben echter geen veilige hechting ervaren en kunnen niet onderscheiden, niet differentiëren.  Daarom begint deze therapievorm met een differentiatieproces, een systematisch opgezet proces met de veronderstelling dat door de differentiatie de hechtingsmogelijkheden worden ontwikkeld.


Fasetherapie

Fasetherapie is een therapievorm voor kinderen en jongeren met hechtingsproblemen. Centraal in deze behandelwijze staat nabijheid. Iedere ontwikkelingsfase kent een eigen nabijheidsvorm. Kinderen en jongeren met een hechtingsprobleem hebben nabijheidsvormen gemist of ten dele gemist. Dat wil zeggen dat zij niet vanaf de geboorte een veilige en warme band met een volwassene hebben gekend.

Uitgangspunt van de fasetherapie is dat ieder kind alle nabijheidsvormen moet hebben ervaren om de volwassen vorm aan te kunnen (een intieme relatie). Een nabijheidsvorm in de babytijd is bijvoorbeeld knuffelen. De ouders/verzorgers zijn bij deze therapie co-therapeuten en laten de kinderen/jongeren de nabijheidsvormen thuis ervaren.

De vorm is precies omschreven en het contact van de psychotherapeut met de verzorgers is intensief.

Ervaringen van een cliënt