Gedicht van cliënt

Bootje, bootje op de zee,
het werd gekaapt, ik ging naar benee.
In mijn onderzeeër, diep en zwart,
angst, pijn en woede in mijn hart.

Ik maakte een mooie periscoop,
hij kon heel hoog, hij was mijn hoop.
Bijna iedereen vond hem mooi,
veilig in mijn stalen kooi.

Zo raakte ik met de diepte vertrouwd,
zonder veel leven en altijd benauwd.
Zo was ik haast mijn bootje vergeten,
waarop ik maar zo kort had gezeten.

O, ik probeerde er nog wel ’s in te varen,
maar kon niet laveren tussen al de gevaren.
En al zat ik erop, ik was niet de baas,
het bleef gekaapt door een arme dwaas.

Op een dag hoorde ik mooie berichten,
over een kapiteinse, die het varen verlichtte.
Menig schipper ging bij haar in de leer
en leerde varen in het zwaarste weer.

Toen besloot ik haar voorzichtig te vragen,
door mijn mooie periscoop of ze het met mij wilde wagen.
Haar antwoord was helder en klaar:
“gelijk aan de slag, geen enkel bezwaar”

Van de spriet tot het roer,
van boven tot onder, van de mast en de vloer,
Heb ik met haar de kaper bestreden
en kan ìk als kapitein mijn boot betreden.

Op het dek, de wind in mijn haren,
klaar voor les twee: het leren varen.
Ze wees mij wat moois van metaal en glas,
het wees recht vooruit, ik wist wat het was.

Voorheen wees het altijd naar beneden,
die tijd was voorbij, dat leed geleden.
Nu moest ik leren op hem te vertrouwen,
en mijn eigen koers te behouwen

Soms zei een kindje in mij: “ik ben bang!!”
het wilde weer naar onder, greep zich vast aan een stang.
Het zei: “Het gaat mis, hoor hoe het kraakt”
“dat hoort bij het bootje”, zei kapiteinse “zo is het gemaakt”.

“Aan het kraken leer je horen wat het hebben kan,
een beetje is niet erg, teveel betekent: doe het effe rustig an!”
En kindje, het geeft niks, je mag best bang zijn,
je hoeft niet te sturen dat doet nu de kapitein.

Ik hees de zeilen, ze straalden in de zon,
we gleden stil langs andere boten, nooit had ik gedacht dat ik dat allemaal kon.
Het kindje kwam boven en danste op het dek,
de zee werd van ons en niets ons te gek.

Zo zijn we dan eindelijk klaar voor de reis,
over de zee van ons allen, dankzij de kapiteinse zo wijs.
We zullen haar missen maar vooral zijn we blij,
want we weten op deze mooie golven bewegen we , allebei.