Intake

Mentaal Beter is een instelling die bestaat uit zelfstandig gevestigde praktijken. Hoewel de werkwijzen van de verschillende praktijken in grote lijnen overeenkomen, zijn er natuurlijk onderlinge verschillen op basis van voorkeur en theoretische achtergrond.

Voor de intake worden over het algemeen twee à drie gesprekken gereserveerd. In deze gesprekken probeert de zorgverlener een aantal zaken in kaart te brengen:

  • Wat zijn de psychische klachten of problemen en door welke gebeurtenissen zijn deze ontstaan?
  • Zijn er actuele probleemgebieden in het leven van de cliënt, bijvoorbeeld werk, wonen, relaties, gezin, financiën, sociale omgeving?
  • Hoe is voorgeschiedenis van de cliënt verlopen?
  • Zijn er lichamelijke aandoeningen die een rol spelen?
  • Wat is de hulpvraag van de cliënt, wat wil hij of zij leren of veranderen met behulp van de gesprekken?
     

Veel zorgverleners halen deze informatie uit de intakegesprekken. Sommige zorgverleners gebruiken daarnaast ook psychologische vragenlijsten. Er zijn verschillende soorten vragenlijsten, elk gericht op specifieke problemen of klachtsoorten. Zo zijn er vragenlijsten gericht op klachtenniveau, op de manier van omgaan met problemen en gebeurtenissen of op  persoonlijkheidskenmerken.

Sommige zorgverleners gebruiken standaard vragenlijsten. Andere doen dit af en toe of juist helemaal niet. Ook bestaat de mogelijkheid dat het onderzoek door middel van vragenlijsten wordt uitbesteed aan een collega die daar meer expertise in heeft. Vragenlijsten kunnen ook tijdens een behandeling worden ingezet als nadere informatie gewenst is. Een reden hiervoor kan zijn dat de behandeling stagneert.

Routine Outcome Measurement bij Mentaal Beter

Binnen Mentaal Beter is het daarnaast gebruikelijk om aan ROM (Routine Outcome Measurement) te doen. Aan de hand van vragenlijsten probeert men de effectiviteit van de behandeling in kaart te brengen. ROM-metingen worden in principe minimaal driemaal gedaan: aan het begin, tussentijds en aan het eind. Sommige hulpverleners gebruiken de ROM-metingen ook als middel om de voortgang van de cliënt te volgen, ook wel tracking genoemd. Dit gebeurt door elke sessie of om de zoveel sessies een ROM-meting te doen.

Veel zorgverleners verwerken de informatie uit de intake in een verslag waarin zij het verhaal van de cliënt beschrijven. Daarnaast zal de zorgverlener zijn visie over het probleem en het ontstaan ervan weergeven, onder andere in een DSM-IV classificatie.